TOP

Architecturaal Brussel

Architecturaal Brussel

Brussel staat vol met architectonische juweeltjes...

BrusselsLife stelt u, in samenwerking met de gids De Rouck Geocart ("10 themawandelingen door Brussel"), een wandeling langs Brusselse gebouwen voor.

Le Corbusier, een van de grootste architecten, legde zijn mooie en duidelijke manier uit wat architectuur is. "Neem stenen, hout, beton en bouw met deze materialen huizen en paleizen. Dit is bouwen, namelijk een technische benadering. Maar beeld u in dat de muren van deze structuur zodanig naar de hemel wijzen dat het me ontroert. Plots raakt u mijn hart, zorgt u ervoor dat ik me goed voel, ik ben blij en zeg: "Het is mooi". Dat is architectuur. " Dat is het vertrekpunt van onze wandeling langs gebouwen die verschillende tijden in onze geschiedenis vertegenwoordigen. Zal u ontroerd zijn als u "Het is mooi" zegt? Of raken eenvoudige consturcties, technische realisaties u helemaal niet?

 

Vertrekpunt van de wandeling: Centraal station

Dit station, echt "centraal", is een laat, postuum werk van de grote architect Victor Horta. Hij heeft de opdracht gekregen in 1910, toen de verbindingswerken met het Noordstation van start gingen, maar de definitieve plannen dateren pas van 1936. Dat verklaart waarom de architectuur van het Centraal Station eerder van tussen de twee wereldoorlogen dateert. U moet het gebouw verlaten om het optimaal te kunnen observeren. Ga naar de Keizerinlaan voor het hotel Méridien, tegenover het station. Daar heeft u zicht op de hoofdingang en de twee zijkanten.

De eerste indruk die u van het Centraal Station heeft, is dat van een functioneel gebouw. Enkele discrete elementen roepen het vroegere werk van de meester op. Zo doet het centrale deel met de ingang denken aan het Volkshuis. De hoge façade met ramen heeft dezelfde concave vorm als het illustere paleis, ingewijd in 1899 en helaas gesloopt in 1965. De bronzen kolommen vervangen hier de vroegere ijzeren kolommen. De getande kroon van de rechterkant getuigt van de terugkeer naar een zeker classicisme, terwijl het centrale stuk rechts, breed uitdragend, doet denken aan de bow-window van het hotel Tassel (1893), het eerste Art Nouveau gebouw van Horta. De enorme luifel beschermt die de ingang beschermt, zorgt voor evenwicht in de verticale beglazing. Ga het station binnen langs de hoofdingang naar de lokettenzaal.

Binnen maken de monumentaliteit en de relatieve soberheid indruk. Verwacht hier de beroemde zweepslagmotieven van de Art Nouveau niet. De decoratieve taal is zuiver geometrisch, hoekig. De dwarsbalken en de trap naar de alternatieve uitgang verbreden met rechthoekige uitsparingen, terwijl de hellingen lineair zijn en het plafond uit vierkantige vakjes bestaat. Heeft Horta zich bekeerd tot de Art Deco? Toch blijft hij trouw aan zichzelf in zijn gebruik van licht: de lokettenzaal baadt in het directe zenitale licht dankzij de glasplaten in het plafond. Verlaat het Centraal Station via de trap tegenover de hoofdingang, die naar Kantersteen leidt.

De Ravensteingalerij

Recht voor ons ligt de Ravensteingalerij. Om dit gebouw te zien moet u helaas een beroep doen op uw verbeelding. In Brussel staan niet langer Renaissance paleizen. Tot 1930 stond hier het paleis Granvelle, de woning van de bisschop uit de 16e eeuw, een grote mecenas van kunst. Het paleis werd gebouwd in de moderne stijl van die tijd, met liefde voor horizontaliteit, symmetrie en evenwicht. De kolommen en driehoekige frontons die paleis versierden, waren geïnspireerd op de Grieks-Romeinse oudheid. De verbindingswerken tussen 1910 en 1953 leidden tot de sloop van de hele buurt van de Putterie. De gebouwen die u hier vandaag de dag ziet, dateren dus van na de Tweede Wereldoorlog. Ga bij het verlaten van het station naar links en vervolg uw weg tot een belangrijk kruispunt.

Vergeet al wandelend niet het Shell-gebouw aan de overkant te bewonderen.

Het Shell-gebouw

Steek de Kardinaal Mercierstraat over en u staat voor de recente toren , rond, helemaal van glas, die de toren van de Loterij heeft vervangen. Vanaf hier kunt u genieten van een prachtig uitzicht op de achterkant van het Shell-gebouw met zijn karakteristieke afgeronde hoek en de gevel van de Ravensteinstraat. Dit gebouw werd gebouwd in 1931-1934 door de architecten Alexis Dumont en Marcel Van Goethem. Bewonder de prachtige curve van de gevel, de rigide verhevenheden en de bijna afwezigheid van decoratie. De terugloop van de bovenste verdiepingen accentueert de horizontaliteit van het gebouw dat een goed voorbeeld is van het modernisme in het interbellum. De oorsprong van deze beweging ligt in Nederland, waar ze de naam 'Nieuwe Zakelijkheid' kreeg en waar vele Belgische kunstenaars en architecten naartoe waren gevlucht tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het gebruik van gewapend beton werd op grote schaal toegepast. Als men de architectuur van dit Shell-gebouw als modernistisch bestempelt, is het Centraal Station eerder in geometrische Art Deco. Bekijk, zonder deze plaats te verlaten, links van u de Koloniënstraat die, lichtjes afbuigend naar rechts, stijgt

De gebouwen in de Koloniënstraat De twee hoekpanden waartussen het begin van de Koloniënstraat ligt, dateren uit de jaren 1925-1930. Het linker gebouw, uitgerust met een rotonde met een torentje, is getuige van een grote nostalgie naar de Edwardiaanse tijdperk (de Belle Epoque). Deze retrostijl wordt de "Beaux Arts" genoemd naar de beroemde Ecole des Beaux-Arts in Parijs, die na 1918 een decoratieve taal bleef onderwijzen in de lijn van de stijlen van Lodewijk XV en Lodewijk XVI. Volg de Koloniënstraat en ga aan de lichten naar links, de Kansalarijstraat in, die leidt naar de Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Gudule, waarvan uw vanop de volgende hoek de volledige zuidgevel ziet.

De Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedule

Dit is een prachtig staaltje van Gotiek. In tegenstelling tot wat men vaak denkt, zijn de muren heel dun en is een groot deel ervan vervangen door glazen wanden. De muren hebben geen enkele draagfunctie meer. Ze kunnen worden verwijderd zonder dat de bogen bewegen omdat ze worden gedragen door een skelet van steen. De steunpilaren en luchtbogen vormen de delen van het skelet dat zichtbaar is vanaf de buitenkant. De steunpilaren die de glaspartijen scheiden en zo het horizontale ritme van de erkers accentueren, duwen het gewicht van het gebouw naar beneden, naar de grond toe. Maar er is ook een verticale druk, van de randen van het gewelf. Deze druk wordt door middel van steunberen overgedragen naar een tweede reeks steunpilaren, die aan de buitenkant liggen en eindigen in pinakels. Deze pinakels, die de vorm hebben van een kleine piramide doorboord en versierd met juwelen, hadden zeker niet alleen een decoratieve functie. Hun gewicht draagt bij aan de druk van de steunberen of van de randen van het gewelf, verticaal uitgevoerd door de steunpilaren. Als u dit skelet beter wilt kunnen bestuderen, gat u naar binnen langs de kleine zijdeur of als deze gesloten is langs de hoofdingang die u bereikt door het linker blok te omzeilen. Ga verder richting schip en kijk naar de gewelven.

De kathedraal heeft gebogen randen. In elke erker (de rechthoek begrensd door vier pijlers) kruisen twee randen. De hoeksteen, die zo vier driehoeken scheidt, houdt het geheel tezamen. Deze randen maken deel uit van het skelet en brengen het gewicht van het gewelf over naar de pijlers. Als u door de hoge ramen van helder glas kijkt, ziet u buiten de steunberen. Dit systeem van skeletbouw is ontwikkeld in de 12e eeuw in Noord-Frankrijk. Het is op grote schaal geïmiteerd, zelfs door hedendaagse architecten, zoals we later zullen zien. Verlaat de kathedraal langs de hoofdpoort, gelegen in het westen, onder de grote luifel die het Laatste Oordeel voorstelt. Ga de trap af en ga, rechts van kleine park, langs de Nationale Bank naar de lichten waarlangs u de Berlaimontlaan kunt oversteken. Een blik aan de achterkant laat u toe de westelijke gevel van de kathedraal beter te bestuderen.

Deze gevel herinnert enigszins aan die van de grote kathedralen van de Notre-Dame de Paris, Reims en Amiens. Onze Brabantse architecten zijn geïnspireerd door het werk van hun Franse collega's. En toch rechtvaardigen enkele bijzonderheden dat we hier spreken over een “Brabantse” Gotiek, bijvoorbeeld het gebrek aan een grote rozet tussen de westelijke torens. Op het grondgebied van het vroegere hertogdom Brabant zijn, deze rozetten, die frequent voorkomen in Picardië en Ile-de-France, vervangen door een groot spits venster. De kathedraal is omgeven door veel recentere constructies, daterend uit de jaren 1950. De periode van de Koude Oorlog heeft een typerende architectuur achtergelaten: recht, functioneel, koud. De architect van het kantoorgebouw, rechts, was duidelijk geïnspireerd door de steunpilaren en de spitsbogen, eigen aan de Gotiek. Steek de Berlaimontlaan over en volg ze verder naar rechts.

Nationale Bank

Op de linker trottoir ziet u gebouwen in de "functionele" stijl, waarmee onder meer de architecten Hugo Van Kuyc, Andre en Jean Polak een zekere reputatie hebben verworden. Aan de overkant is het nieuwste deel van de Nationale Bank gebouwd door Marcel Van Goethem en Alexis Dumont (cfr. Shell-gebouw). Dit gebouw is zeker niet verstoken van grandeur. De plannen dateren van vóór 1940 maar de bouw startte pas na 1948, na de ondertunneling van de verinding. De architectuur lijkt erg gesloten, vooral vanwege de opeenvolging van monumentale pilaren, 20 meter hoog, in prefab beton. Deze gevel bedekt met een bekleding van witte steen, is 200 meter lang. De zeldzame voorbijgangers zien het geheel als een bunker, die angstvallig de het financiële tekort van de staat beschermt... Nr. 56, aan de overkant, is gebouwd door dezelfde architecten en herbergt de drukkerijen van de Nationale Bank. Daal af naar links via de trap van de Komedianenstraat.

De hele buurt heeft enorm geleden onder de invoering van het verbinding en herstelt geleidelijk van de vernielingen en verpaupering. Geleidelijk verdwijnen kankers. Als u daalt, ziet u onmiddellijk een gloednieuw appartementencomplex. Vroeger was het een gapend gat dat de buurt ontsierde. Neem beneden rechts de Sint-Laurensstraat.

Socialistische pers

De linkerkant van de straat was, tot 1970, volledig in beslag genomen door de socialistische pers. Het grote bakstenen gebouw herbergde de drukkerij van de krant Het Volk, terwijl de burelen in het gebouw ernaast waren gevestigd. Tot enkele jaren geleden was het een trieste ruïne, verlaten door de Belgische verantwoordelijken. Dit meesterwerk van modernistische architectuur werd prachtig gerestaureerd op initiatief van de Spaanse regio Asturië. Architecten Fernand Brunfaut en zijn zoon Maxime (die het Centraal Station afwerkte na de dood van Horta) hebben hier een werk met volumes, lijnen en kleuren neergezet. De toren is transparant en symbolieerts het socialistische licht dat de wereld verlicht. Ze wordt in evenwicht gehouden door een rechthoekig blok waarvan één muur bedekt is met oranje tegels. Dit contrasteert met de grote ramen met balustrades die doen denken aan de borstweringen van pakboten. Neem links de Zavelstraat.

Het Belgisch Stripcentrum

Aux nos 20-22 De oude magazijnen Waucquez huisvesten nu het Belgisch Stripcentrum, in de volksmond het Museum van het Stripverhaal genoemd. Architect Victor Horta heeft met de gevel gebroken met zijn vroegere stijl, die het publiek schokte met zijn bloemendecoratie en door het gebruik van zichtbare metalen balken. In 1905 werd Horta steeds vaker geconfronteerd met het feit dat andere architecten zijn stilistische uitvindingen nabootsten, zonder aandacht voor zijn innovaties wat betreft interieurontwerp. En toch onthult deze monumentale gevel van witte steen uit Frankrijk met delicate penseelstreken het genie Horta. Zo lijkt ze lichtjes hol, zowel horizontaal als verticaal terwijl de bovenste randen van de ramen een parabool elegant vormen. De gevel is doorboord met talrijke luchtopeningen: lucht, licht en ruimte zijn de sleutelwoorden van het werk van Horta. In de architectuur van de meester primeren de interieurs altijd op de gevels: laten we binnengaan! Ga binnen in de oude magazijnen tot in de grote hall. De toegang tot de verschillende ruimtes op het gelijkvloers is gratis.

Het gevoel van ruimte en helderheid is geweldig. De kolommen en smeedijzeren balken vormen een dragend frame en vervangen de traditionele muren. Zo krijgt de hele ruimte een extreme transparantie. Het licht komt overvloedig binnen langs het grote glazen dak, een constante bij Horta, zonder te worden tegengehouden door de tussenverdieping omdat de grond uit glasdallen bestaat. In de ruimte aan de rechterkant van de centrale lamp, illustreert een kleine tentoonstelling de opkomst van de Art Nouveau in Brussel. Ga bij het naar buiten gaan naar rechts en neem de Zavelstraat, die uitkomt in de Broekstraat. Sla linksaf en volg de eerste straat rechts, de Peterseliestraat die leidt naar het Martelarenplein. Sta even stil bij het indrukwekkende monument in het midden van het plein.

Het Martelarenplein

De voormalige Sint-Michielsplein, hernoemd na de Belgische Revolutie die daar haar martelaren begroef, is een mooi voorbeeld van neoklassieke architectuur van het einde van de 18e eeuw. Het was de eerste plein van de hoofdstad dat ontworpen is volgens een perfect symmetrisch en coherent plan. De stadsarchitect, Claude Fisco, tekende de plannen in 1774 in een stijl die, zoals voordien in de Renaissance, inspiratie putte uit de klassieke oudheid. De opgravingen vanaf 1748 in het Koninkrijk van Napels, die de steden Pompeii en Herculaneum blootlegden, begraven in 79 na Christus door een uitbarsting van de Vesuvius, hadden een grote invloed op alle artistieke milieus in Europa. Ga verder zuidwaarts. Hier zijn we ver van de vreugdevolle en lichte Barok die tevoorschijn komt in de Grote Markt. De eenvoudige lijnen en de soberheid van het decor vormen een harmonieus geheel. Het centrale deel wordt geaccentueerd door een driehoekig fronton. Onder de kroonlijst loopt een fries, versierd met ossenkoppen, een motief uit het oude Rome. De Romeinen offerden ossen en spijkerden hun koppen tegen de muur van de tempel. Na enige tijd bleven alleen de schedels over die zo een decoratiethema werden. Verlaat het Martelarenplein via de straat links van deze hoek, de Zilverstraat, die u naar de Wolvengracht. Steek over en hou links aan.

Radisson SAS

Aan de overkant is het oude monumentale gebouw van de oude Caisse d'Epargne, nu Fortis, een mooi voorbeeld van 19e-eeuwse eclecticisme. In de architectuurscholen, zowel liberale academies als katholieke scholen zoals Saint-Luc, was het aanleren van de stijlen uit het verleden van essentieel belang. De toekomstige architecten werd daarom vooral geleerd hoe ze deze stijlen konden nabootsen: Neo-Romaans, Neo-Gotiek, enz. Deze gevel is een voorbeeld van de Neo-Renaissance. Steek opnieuw over en volg de Wolvengracht langs het trottoir links.  

Aan de overkant het Radisson SAS : dit laatste gebouw voor de hoek van de Warmoesberg, gebouwd in 1990 door Michel Jaspers & Partner, bewijst dat na tientallen jaren van koud functionalisme, kleur, asymmetrie en decoratie opnieuw in zijn. Vanwege haar leningen aan de architectuur van de jaren 1920, kan dit gebouw worden beschreven als Neo-Art Deco. Steek opnieuw over en ga verder omhoog langs de Warmoesberg, naar rechts.

Het gebouw EHSAL

 Aan de overkant staat het gebouw van de EHSAL, een handelshogeschool, gebouwd in 1983-87 door Alfons Hoppenbrouwers. Het is een uitstekende getuige van de huidige postmodernisten, die binnen een strakke, symmetrische structuur bepaalde decoratieve elementen gebruiken, vaak klassiek geïnspireerd, zonder enige functionaliteit. De dakvensters herhalen het ritme van de arcades op de begane grond. Ze lopen uit op twee bronzen beelden van Jean-Paul Laenen, die Athena en Hermes voorstellen. De Warmoesberg leidt naar de Schildknaapsstraat, tegenover de ingang van de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen.

Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen  

Dit pareltje van Brusselse architectuur en stedenbouw heeft van architect Jean-Pierre Cluysenaer een Italiaans Neo-Renaissance decor gekregen. Wandelend door de galerijen, zult u zeker het glazen dak bewonderen dat rust op een metalen frame dat een heel vroeg (1847) voorbeeld is van dit type doorgang dat later op grote schaal is geïmiteerd in heel Europa. Verlaat de galerijen. Neem aan de overkant (lichtjes naar rechts) de Heuvelstraat, een voetgangersstraat, die u leidt naar de Grote Markt.

De Grote Markt

Ironisch genoeg kan men de schoonheid van deze plek toewijzen aan het leger van Lodewijk XIV dat in 1695 Brussel bombardeerde, en specifiek de pijl van het stadhuis viseerde. De reconstructie van het centrum van de lager gelegen stad, bijna volledig verwoest, was snel en economisch goed uitgevoerd, behalve wat betreft het centrale plein dat meer dan ooit moest verblinden. Het stadhuis, waarvan de toren en buitenmuren had op wonderbaarlijke wijze de bommen overleefden, werd herbouwd in originele Gotische stijl. Voor de achterkant werd gekozen voor een "modernere" stijl: het Classicisme. Rond het plein lieten bedrijven en zakenlui hun hotels heropbouwen volgens de Barokmode, waarvan de uitbundige aspecten hier en daar enigszins getemperd werden door meer traditionele accenten. De geschiedenis van Koningshuis, tegenover het stadhuis, is ingewikkelder. Het gebouw, dat in een 16de eeuw een Renaissance decor had gekregen, werd volledig afgebroken in 1873 en vervangen door een Neo-Gotisch gebouw, ontworpen door de stadsarchitect Jamaer Pierre-Victor. De huizen rondom het plein zijn meestal in Barok. Hun structuur is vaak nog Gotisch. Zo staat de nok van het dak loodrecht op de uitlijning, die getuigt van een Middeleeuws gebruik. In de 18e eeuw was ze eerder parallel aan de stoep. De gevels van de eerste huizen van onze steden, vaak in hout, hadden een driehoekig fronton. Geleidelijk heeft het gebruik van steen de bouwers ertoe aangezet trapgevels te bouwen. De Grote Markt is het einde van deze wandeling gewijd aan architectuur. 

Show more
Begeleide wandelingen Architecturale rondleidingen Begeleide rondleidingen Historische rondleidingen Overdag Sportactiviteiten