TOP

De onbekenden van de metro

De onbekenden van de metro

Een rit in de metro, het lijkt zo banaal en zo saai. En toch? Elk metrostation heeft een naam dat rijk is aan geschiedenis.

Iedereen kent Jacques Brel of Eddy Merckx, en de meesten onder ons weten ook wie Robert Schuman was. Maar wie was Joséphine-Charlotte? En Henri Bockstael? Staat er iemand nog stil bij de naam Montgomery of droomt er nog iemand weg in een tafereel van Eugène Delacroix? Wie zij allemaal waren en wat ze deden komt u dankzij ons te weten. En vanaf nu is een metroreis een echte reis terug in de tijd.

 

Wie elke dag door het Brusselse pendelt, kan de namen van de metrostations van buiten opzeggen. Misschien zelfs beschrijven hoe de stations er uitzien en wat er specifiek aan is. Maar aan wie we de namen van de stations te danken hebben, weet men vaak niet. Politici, oorlogshelden, blauwbloeden, artiesten of mensen die hun naam toevallig aangewezen krijgen… de Brusselse metro heeft vanaf nu geen geheimen meer voor u.

In de naam der wet

Robert Schuman is geen onbekende meer. En de namen Emile Vandervelde en Georges Clémenceau doen ergens ook een belletje rinkelen. Die bekende mijnheren zijn niet de enige politici die een plaats op het metronetwerk hebben kunnen verzilveren. Op lijn 6 vindt men Henri Bockstael (1833- 1898), een Belgische advocaat en volksvertegenwoordiger terug, en eventjes verder Charles Rogier (1800- 1885). Rogier was ook een rechtsman en volksvertegenwoordiger. De revolutionair was trouwens één van de eerste Belgische premiers. Op een paar honderd meters van de Rogierplein komt men op de De Brouckèreplein terecht. Charles de Brouckère (1796-1860) was in het prille begin van ons land behalve minister van Financiën, Binnenlandse Zaken en Oorlog, ook burgemeester van Brussel tot zijn overlijden.

Elf haltes verder op lijn 5 vind je Adolphe Le Hardÿ de Beaulieu (1814 – 1894) terug. Hij studeerde rechten aan de ULB en trouwde met de dochter van de oprichter van de universiteit, Théodore Verhaegen. Le Hardÿ werd volksvertegenwoordiger en ondervoorzitter van de Kamer. Het eerste deel van zijn naam werd vergeten. Een halte verder op de lijn wordt de halte aan Gustave Demey (1881 – 1950) toegekend. Demey was de tiende en eerste katholieke burgemeester van Auderghem. Zijn voorganger Carl Hermann 1877 – 1965, 9de schepen, wordt een metrostation verder vereerd. Tijdens de eerste wereldoorlog zorgde hij voor het aansluiten van Auderghem bij Brussel. Om zijn Duitse naam meer Belgisch te doen klinken, plakte hij de naam van zijn vrouw, Jeanne Debroux, achter de zijne.

Helden in oorlogstijden

De Brusselse metro zit vol oorlogshelden. De meest bekende is waarschijnlijk Bernard Montgomery (1887 – 1976). Wie bij het inrijden van de Montgomerytunnel naar boven kijkt, kan zijn standbeeld zien. Mongtomery heeft in 1940 tevergeefs proberen te voorkomen dat Duitsland België zou binnenvallen. Later won hij de slag om de Ardennen, en deed hij Duitsland capituleren.

359/365 - Grrr c'est déjà lundi

Maar we hebben ook ons eigen, Belgische helden. Majoor Arthur Petillon (1855 – 1909) bijvoorbeeld. Petillon was een officier van artillerie die meedeed aan het grootworden van de Congokolonie. Een metrohalte verder vindt men Edmond Thieffry (1892 – 1929). Hij maakte de eerste geslaagde lijnvlucht tussen België en Belgisch-Kongo. Tijdens de eerste wereldoorlog voegd hij zich toe bij het Belgische leger en werd hij piloot. Na de oorlog stopte Thieffry niet met vliegen en probeerde hij vanuit Brussel naar Congo te vliegen. In 1925 lukte dat in 51 dagen. Thieffry wilde later zijn record verbreken, maar verongelukte tijdens een van de pogingen.

L’art pour l’art

Men moet Bizet en Delacroix niet meer voorstellen aan het grote publiek. De twee artiesten hebben een plaats in het Brusselse zeker verdiend. Jean-Baptiste Madou (1796-1877) is vandaag helemaal onbekend. Hij was nochtans een grote schilder dat gespecialiseerd was in olieverfschilderijen. Zelfs Leopold II was onder de indruk van Madou's talent. De koning bestelde een reeks schilderijen, die nog steeds in het kasteel van Ceirgnon hangen.

U kent Louis-Eugène Simonis (1810 – 1882) niet, maar u hebt zijn kunstwerken zeker al gezien. Hij is de man dat de standbeeld van Godefroid de Bouillon op het koningsplein en de leeuwen op het Congreskolom heeft ontworpen. Simonis studeerde aan de Beaux-Arts in Luik en verhuisde daarna een paar jaar naar Italië. In Brussel werd het plein waar hij zijn atelier had, naar hem vernoemd. Het metrostation Simonis werd trouwens ontworpen door Berlinde De Bruyckere, een andere bekende van de beeldhouwkunst.

Robert Hankar 1859 – 1901 was een architect en een grote figuur van de art nouveau. Samen met Victor Horta, die geen metrostation maar wel een premetrohalte op zijn naam heeft, ontwikkelde hij een nieuwe stijl die lokale bouwtradities combineert met het Franse rationalisme. Hankar werkte niet zozeer met de ruimtelijke sturctuur, wel met verschillende vormen die zich in een soort constructieve logica passen en waarbij verfijnd materiaal wordt gebruikt. Hij ontwierp tal van gebouwen in België, maar helaas stierf hij heel jong en was zijn oeuvre redelijk beperkt.

Paul Hankar

Voor vorst, voor vrijheid en voor… metro.

Koning Boudewijn en Koningin Elizabeth hebben elk een terminus, maar er staan meer koninklijke metrohaltes op de map . Karel I van Aumale (1555-1631) bijvoorbeeld. Hij vocht tegen Hendrik III van Frankrijk maar werd verslagen. Later werd Aumale veroordeeld voor majesteitsschennis, hij vluchtte daarna naar Brussel, waar hij in het kasteel van Aumale woonde.

Iets dichter bij ons in de tijd vindt men Louise (1858 – 1924) terug. Ze was de oudste dochter van de tweede koning der Belgen, Leopold II en zijn vrouw Maria-Hendrika. Ondanks het feit dat ze niet geliefd was door haar vader kreeg zij, net als haar zus Stephanie, een plein op haar naam. Door het Stephanieplein rijden alleen trams, terwijl haar oudere zus van een mooie plaats op het metronetwerk geniet.

Een jaar na het overlijden van Louise werd Joséphine-Charlotte (1925 – 2005 ) geboren. Zij was, net als Louise, de eerste dochter van een koning dat Leopold heette. Na het overlijden van haar moeder Astrid, leefde ze met haar vader Leopold III en haar broers Boudewijn en Albert, die allebei koning werden. Koning Albert II is trouwens de enige van de familie die geen metro- of tramhalte op zijn naam heeft. Boudewijn kreeg een metrohalte toegewezen, Leopold III en zijn vrouw Astrid hebben beide hun naam gegeven aan een tramhalte. Later kwam Joséphine-Charlotte zelf ook aan het hoofd van een staat wanneer ze in 1953 met Jan van Luxemburg trouwde. Ze kreeg vijf kinderen, onder andere Henri, de huidige Groothertog van Luxemburg. 

Echte onbekenden

De onbekenden van de metro waren bijna allemaal ooit bekend. Behalve Louis Gribaumont, Mijnheer Houba en Georges Brugmann. Bij hen loopt er geen blauw bloed door hun aders, ze hebben geen rol gespeeld in de politiek en waren ook geen oorlogshelden. Louis Gribaumont was een rijke man dat terreinen aan de gemeente van Sint-Pieters-Woluwe heeft geschonken opdat zij een straat konden aanleggen. Om hem te bedankten kreeg de straat zijn naam, en later kreeg het metrostation de naam van de straat.

Hetzelfde geldt voor de heren Houba en Brugmann. De metrohalte Houba-Brugmann bevindt zich op de Houba-de-Strooperlaan en op een paar meters van het ziekekenhuis Brugmann. Houba was een gemeenteraadslid van Laken. De staatnaam inspireerde Franquin trouwens voor de kreet van zijn Marsipulami. Brugmann was een rijke man dat het Brugmann-ziekenhuis liet bouwen. Dat werd trouwens ontworpen door architect Victor Horta, maar hij kreeg geen metrohalte voor toegewezen.

Te zware materie voor op een weekdag? Metrohaltes kunnen ook helemaal fun zijn. De woordspelletjes op de metro zijn daar het bewijs van.

Show more
Vervoer STIB Patrimoine Métros Brusseles nieuws Visites & Patrimoine Blog Fietsen